The cric-cric of the bonfire

DSC00142

When Moses, the rescued of the waters, in full flight of false assurances and the consequences of doing justice in his own way, enters his desert, he does not glimpse his future, …

His future lies in the present of what the desert has to offer and is!

Nor do we have assurances of the future, if we let the God of the desert be our road companion.

An event, an experience in silence, can indicate the way forward. And what seems to us “accidental” becomes a determinant of a presence in us that accompanies us and somehow guides us.

Moses, exhausted, thirsty, arrives in a space of water and love, in the biblical language ‘the well’, also implying a “nuptial space.”

The boy rescued from the waters, is now a fugitive, adult,… and lost.

If we will, let’s try to identify these “theophanic places” (where God manifests) in our life.

How many times, in prayer, do we find ourselves “thirsty” in the well of the well, waiting for a possible encounter which inhabits us, which guides us…!

The itinerary of faith is always carried “by the other, by the Ruah”. Accepting our secondary role is key to living the journey with joy, even in spite of so many difficulties, which we will obviously experience if we are on the way.

The well is tempting as a place where we wish to remain. And we need it! Yet, life goes on. And in the case of our Moses, after marriage, family, land, and cattle, something is numb inside.

On any given day, in the desert, and in the middle of his livelihood, he hears a sizzle, a “cric-cric” of a burning fire: there are two options, let it sizzle and follow his inescapable task or follow the of the bonfire and the glow inside; The itchiness of restlessness.

We are not made for permanent installation. Our mothers and fathers in the faith were people of the desert, of uninstallation and frugal life. And, above all, they were seasoned people…able to “listen” to God in everything.

The crackling of a bonfire becomes a meeting place, a sacred space, where God and the person meet and dialogue.

The boy rescued from the waters is now an adult talking with the fire. An adult, restless, scared and dazzled by what he is experiencing and living. He is still in the desert, already ‘usual’ for him, and in the midst of this circumstance, he hears the fire, faces the burning flame, takes off his ego which he would like to understand, and, slowly, he understands the heat of the flame.

From the pit to the flame. A trajectory… Now start another. From the flame back, with another sparkle in the eyes and with a humility acquired in the sand of the day to day dry and without great horizons. Suddenly he is returned to the river from which he was rescued to be a “rescuer of others.”

There are no maps. There is no GPS’s, there are no… There are: bonfires, rivers, sand, stars, and the assurance that these things are from God!

And what you don’t want to miss, without which nothing is possible, is the well. There begins the dialogue that culminates in the bonfire. Sephora loves him, but she prepares him for the bonfire. It does not prevent the task, it accompanies us along the way.

If the text were not patriarchal … (it turns out that it is Séfora, the summoned … but that will not be known). What is known today, is that the bonfire and the pit and the task is for those who “listen” to the cric-cric of the fire which speaks to the heart, and sends us to rescue the dry and bolted hearts which try to hide our thirst.

A few days ago, three women and a man were approaching the fire, and the gift was that everyone present felt the heat of the flame.

They want to be our sisters and brothers for Christian Community. Nothing less!

These words, loaded with desert, for them and for all… and for all of us who let ourselves be guided by the crackling of the bonfire, there, on the mountain, where God dwells, and from where God embraces us, welcomes us, consecrates and sends us.

Happy crossing: from the pit to the bonfire and from the bonfire to the river which witnessed our birth. That baptism makes us: priests, prophets and pastors.

Magda Bennásar Oliver

 

 

“Wanneer Mozes, de geredde van de wateren, in volle vlucht van valse garanties en de gevolgen van het recht doen op zijn eigen manier, zijn woestijn binnengaat, ziet hij niet naar zijn toekomst, …zijn toekomst is ‘hier en nu’ in de woestijn!

Wij ook niet, als we de God van de woestijn onze ‘weggenoot’ laten zijn.

Een evenement, een ervaring in stilte, kan de weg vooruit aangeven. En wat ons “toevallig” lijkt, wordt een bepalende factor voor een aanwezigheid in ons die ons vergezelt en ons op de een of andere manier leidt.

Mozes, uitgeput, dorstig, komt aan in een ruimte van water en liefde, …de bijbelse taal van de bron, impliceert een ‘huwelijkse ruimte’.

De jongen die uit de wateren is gered, is nu voortvluchtig, volwassen en verdwaald.

Als we willen, kunnen we probeer dan deze “theofanische plaatsen” (waar God zich manifesteert) in ons leven te identificeren.

Hoe vaak merken we dat we in gebed “dorstig” zijn in de bron van de bron, wachtend op een mogelijke ontmoeting die ons bewoont, die ons leidt …!

De route van het geloof wordt altijd gedragen “door de ander, door de Ruah”. Het aanvaarden van ons ondergeschikte rol is de sleutel om de reis met vreugde te leven, zelfs ondanks zoveel moeilijkheden, die we uiteraard zullen ervaren als we onderweg zijn.

Bij de bron blijven hangen is verleidelijk. En we hebben het nodig, maar het leven gaat door. En in het geval van onze Mozes, na het huwelijk, familie, land en vee, is er iets gevoelloos van binnen.

Op een willekeurige dag, in de woestijn, te midden van zijn levensonderhoud, hoort hij een sissen, een “cric-cric” van een brandend vuur: er zijn twee opties, laat het sissen en volg zijn onontkoombare taak, of, volg de cric-cric en dat gloeien van binnen; De kever van rusteloosheid.

We zijn niet gemaakt voor installatie. Onze moeders en vaders in het geloof waren mensen van woestijn, van ver-wijdering en zuinig leven. En bovenal waren het doorgewinterde mensen om in alles naar God te ‘luisteren’.

Het knetteren van een vreugdevuur wordt een ontmoetingsplaats, een heilige ruimte, waar God en de persoon elkaar ontmoeten en een dialoog aangaan.

De jongen die uit de wateren is gered, is nu een volwassene die met het vuur praat. Een volwassene, rusteloos, bang en verblind door wat hij leeft. Hij is nog steeds in de woestijn, al gebruikelijk voor hem, en te midden van deze omstandigheid hoort hij het vuur, staat tegenover de brandende vlam, trekt zijn ego af dat hij zou willen begrijpen en langzaam, hij begrijpt de hitte van de vlam.

Van de put tot de vlam. Een traject: Begin nu met een nieuwe. Van de vlam terug, met nog een sprankeling in de ogen en met een nederigheid verworven in het zand van droge dag tot dag en zonder grote horizonten. Plots wordt hij teruggebracht naar de rivier waar hij werd gered om een “redder van anderen” door het water te zijn.

Er zijn geen kaarten. Er zijn geen GPS’s, er zijn geen … Er zijn: vreugdevuren, rivieren, zand, sterren en de zekerheid dat deze dingen van God zijn!

En wat u niet wilt missen, zonder welke niets mogelijk is, is de put. Daar begint de dialoog die culmineert in het vreugdevuur. Sephora houdt van hem, maar ze bereidt hem voor op het vuur. Het verhindert de taak niet, het is meer, vergezelt hem/ons.

Als de tekst niet patriarchaal was … blijkt dat het Séfora de opgeroepen is … maar dat zal niet bekend zijn. Wat bekend is, is dat vandaag het vuur, de put en de taak is voor degenen die “luisteren” naar de cric-cric van het vuur dat tot het hart spreekt en ons stuurt om de droge en vastgeroeste harten te redden die proberen dorst te verbergen.

Een paar dagen geleden naderden drie vrouwen en een man het vuur, en het geschenk was dat alle aanwezigen de hitte van de vlam voelden.

Ze willen zusters en broeders zijn voor christelijke gemeenschap. (SFCC). Niets minder!!

Deze woorden, vol woestijn, voor hen en voor ons allemaal en ons allen die ons laten leiden door het knetteren van het vuur, daar op de berg, waar God woont, en van waar hij ons omhelst, verwelkomt ons, heiligt en zendt.

Gelukkig oversteken gewenst: van de put naar het vreugdevuur en van het vreugdevuur naar de rivier die ons geboren zag. Die doop die ons maakt: priesters, profeten en voorgangers.

Magda Bennásar Oliver”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s